Hand in hand op reis

Ik spit,
Ik delf,
Ik ben genadeloos als het aankomt op introspectie.
De donkerste diepten krijgen licht,
Geen steen heb ik omgekeerd gelaten.
Ik ken geen angst.

Ik ken de hemel omdat mijn wortels tot in de hel groeien.
De sterren schijnen fel omdat de hemel donker is.
Ik ben oud geworden door de stokslagen van het leven lieverd.
Ik vind balans omdat ik in extremen heb geleefd.
Is er geen modder dan groeit er geen lotus.
Geen glans zonder frictie schat.

Geef me je moederborst vol met moedermelk – ik ben te snel volwassen geworden.
Jij voluptueuze vrouw – Aphrodite noem ik jou.
Je tiet is zacht, fijn, en zo verzorgend.
Heb me onvoorwaardelijk lief, zie mij zonder oordeel, en laat me spelen.
Bij jou mag alles en voel ik me weer kind.
De wereld stopt als ik met je ben.
Dit had ik nodig – vele wonden heb ik alleen moeten likken.
I have walked a thousand miles by myself.

Alle controlemechanismen geraken langzaam los
en we kunnen slechts vertrouwen.
Ik weet wanneer het tij keert,
tot waar we kunnen oprekken,
hoe we de goden te vriend houden,
en wanneer de stoplichten van oranje naar rood verspringen.
Neem mijn hand – het universum biedt haar steun.

4-4-2020

2020-04-04T15:14:48+01:00