De mechanica van limiterende (zelf)overtuigen/ limiterende geloven

Dit is een lang artikel. Ga er even voor zitten – de inzichten hiervan kunnen je levensrichting ferm veranderen. Laat het indalen, absorbeer in merg en been, en geraak vrij.

Alles wat ik hier schrijf is op basis van mijn eeuwig durende deep-dive in mijzelf en de analyses van andere individuen en groepen. Ik vind inhoudelijke verificatie bij de spiritueel leiders (guru’s) en prominente psychologen van allertijd. Veel leesplezier tijdens met dit orgastische snijdvlak van psychologie, spiritualiteit en filosofie.

Voor de zekerheid; een limiterend geloof is hetzelfde als een limiterende overtuiging. Dat kan betrekking hebben op jezelf, dus een zelfovertuiging of zelfgeloof, of op de wereld om je heen. In de tekst gebruik ik de termen door elkaar.

Ontwikkelingspsychologie en socialisatie
De essentie van de ontwikkeling van een individu is dat het toe beweegt naar liefde en wegloopt van pijn. Een individu zal zich gedragen conform de norm van de (mini) maatschappij zodat het liefde, aandacht, complimenten, goedkeuring en genegenheid (kortweg liefde) krijgt, en hieraan ligt inherent het proces dat een individu de niet-geaccepteerde karaktereigenschappen niet zal vertonen, verzwakt zal tonen, of in sommige gevallen zelfs zal onteigenen, wat ook wel verloochening wordt genoemd. Dit proces, dat we bij de groep willen horen, heet ‘socialisatie’ of ‘vermaatschappelijking’. Dit zit diep geworteld in onze groepsdier natuur. De mens is een groepsdier. Als ik het heb over een mini-maatschappij kan dat van alles zijn: een gezin, een middelbare school, een sportclub, een universiteit, een studentenvereniging, de dansvereniging etc.

De eerste aanraking van een individu met een (mini)maatschappij is natuurlijk het gezin, en dat zal ons daarom sterk vormen. De natuur heeft zuigelingen een schattige façade – mooie grote blauwe ogen – gegeven zodat zij verzorgende mensen naar zich toetrekt. Een zuigeling kan niet overleven zonder hulp van anderen – zij heeft bescherming, voeding, liefde etc. nodig om zowel fysiek als psychologisch later op eigen benen te kunnen staan. De hulpkreet voor verzorging is dus van levensbelang, en dat betekent dat we er alles aan doen om deze verzorging te krijgen. We voegen ons daarom naar de wensen van onze opvoeders, we gedragen ons zo dat we daadwerkelijk die liefde en verzorging van ze krijgen. We willen simpelweg in de smaak vallen. Stel de ouders ogen blij – wat zich kenmerkt door een hoge stem van de ouders, een lach op hun gezicht, en de drang om met het kind te knuffelen – als het kind woordjes leert te zeggen, dan zal het kind vaker woordjes zeggen, en dus leren praten. Stel de ouders zijn blij zodra het kind vriendjes maakt, dan zal het kind geneigd zijn meer vriendjes te maken. Stel het kind doet het goed op school en de ouders gaan uit hun dak, dan zal het kind zijn best doen op school. Ga zo maar door. Kinderen vormen zich naar het verkrijgen van liefde van de verzorger. Tijdens het opvoeden kan je kinderen heel goed sturen door je liefde als beloningsmiddel of onthoudingsmiddel te gebruiken – voorwaardelijke liefde. In de psychotherapie noemt men dat respectievelijk ‘positieve bekrachtiging’, en het onthouden van liefde ‘negatieve bekrachtiging’. Ouders kunnen ook onvoorwaardelijke liefde geven, maar ook zeer weinig tot geen liefde anderzijds.

De mechanica met betrekking tot het verkrijgen van liefde voorziet het kind van een diepgeworteld geloofssysteem. Deze bevat geloven/overtuigingen over hoe het kind naar zichzelf kijkt, maar ook zeker naar anderen. Tijdens de opvoeding krijgt het kind onderbewust bijvoorbeeld overtuigingen mee als: ‘ik verdien alleen liefde als ik presteer’, ‘ik ben van waarde als ik me netjes gedraag’, ‘mensen houden van me als ik blij ben’ etc. Als de ouders weinig liefde gaven aan het kind, vanwege bijvoorbeeld familietrauma, bindingsangst van de ouders, een te zware last van het opvoeden, dan heeft het kind wellicht zelfovertuigingen als ‘ik ben het toch niet waard’, ‘ik verdien niets’, ‘ik word toch niet geaccepteerd’ etc. Je begrijpt dat deze laatste geen goede start van een mensleven teweeg brengen. Het is belangrijk in te zien dat een gezinssituatie voor het kind voelt als ‘de wereld’, waardoor de programmering van de opvoeding zo’n diepe indruk achterlaat. Deze indruk is zo diep, dat men haast kan spreken van een blauwdruk.

Een gezin is meestal geen representatie van een maatschappij waar het kind later in terecht komt, en daarnaast kan een opvoeding grote gebreken vertonen. Met gebreken bedoel ik dat er essentiële dingen missen die een kind nodig heeft. Stel een kind wordt nooit aangeraakt, dan zal het kind het lastig vinden haar lichaam te accepteren. Stel een kind wordt nooit naar haar mening gevraagd, dan zal het kind niet geneigd zijn zelf een mening te vormen, laat staan daarop te vertrouwen. Stel de ouders vragen nooit eens hoe het echt gaat met het kind, dan zal het kind moeite hebben met haar eigen emoties en gevoelens te omarmen/ te accepteren. Een ander type voorbeelden: als de ouders nooit hun zwakten vertonen, denk je dat het kind haar zwaktes überhaupt zal toelaten later? Als de ouders seks vocaal bestempelen als vies en fout, denk je dat het kind later makkelijk geniet van seks? Een ander type voorbeelden gaat over zelfvertrouwen. Stel het hele gezin is goed in rekenen/wiskunde, maar het kind niet. Dan voelt het kind zich niet slim. Stel het kind is juist supergoed in rekenen, en de ouders en haar zus zijn dat helemaal niet, dan voelt het kind zich slim, maar ook enigszins vervreemd. Het kan ook dat een kind vroegtijdig haar moeder of vader verliest. Dan sluipt de overtuiging in het kind: ‘van wie ik houd kan zomaar doodgaan’. Hoewel het feitelijk waar is zal het kind minder snel of helemaal niet meer aan iemand durven hechten, want het kind wil niet weer zo’n emotionele klap. De subconclusie hier is dat een kind het gezin op latere leeftijd verlaat met een set overtuigingen over zichzelf en de wereld om zich heen. Dit geloofssysteem zal er altijd zijn, ongeacht of de opvoeding goed was of slecht.

Het is lastig om een overtuiging over jezelf a priori te bestempelen als positief of negatief – dit is vaak multifactorieel en zeer complex. Ik zie een geloof over jezelf als een richting in je leven voor de periode dat je er aan vasthoudt. Ik pak even extremen. Stel je hebt het geloof over jezelf dat je superman bent. Dat geeft natuurlijk een goed gevoel van zelfvertrouwen en het rust je uit met krachtig actiepotentiaal. Daar staat tegenover dat je jezelf ook vaak zal overschatten en tegen de lamp aan zal lopen. Daarnaast, op het moment dat je iets niet lukt deukt jouw reputatie als superman, wat een interne strijd tot gevolg heeft. Waarschijnlijk zal je er dan alles aan doen om deze reputatiedeuk te ontdeuken, wat zal resulteren in hoge(re) doelen, welke op haar beurt weer een tegenslag zullen genereren. Anderzijds; als je van jezelf gelooft dat je tot weinig toe in staat bent, dan zal je nooit grote doelen aanpakken of ambitieus zijn, wat minder kans op falen of vallen met zich mee brengt. Je hebt dan minder interne strijd. Echter, de zelfovertuiging dat je weinig kan brengt je niet veel eigenwaarde. En eigenwaarde is toch lekker. Je kan dus lastig van te voren stellen of een bepaalde zelfovertuiging iets goeds is of niet.

Realiseer je dat er continu overtuigingen in jouw geest settelen, dat gebeurt dag op dag. Op het moment dat jij timmerman wil worden, en je hoort of ziet dat timmermannen het financieel niet breed hebben, dan wordt de associatie timmermannen en weinig geld gelegd. Zodra jij dan timmerman wordt, dan vind je onderbewust ook dat je niet veel hoort te verdienen. Stel jij bent een dichter, een poëet, en je weet dat dichters vaker kampen met alcohol en drugsverslavingen, dan zal dat invloed hebben op je eigen gedrag – of je zal verslavingsgevoeliger worden, of je zal drank en drugs van je afhouden. Dat je anders naar dat glas wijn zal kijken in ieder geval vast. Een groot deel van menselijk gedrag kan worden verklaard op basis van haar identiteit – een mens zal de gebruiken en gewoonten overnemen van de mix van archetypes waarmee zij zich identificeert. Hoewel je gedurende de rest van je leven constant geprogrammeerd wordt heeft je opgroeisituatie het meeste programmeringskracht. Dat komt omdat we van ons ouders het meeste afhankelijk waren – je kan namelijk prima overleven als je geen liefde en zorg krijgt van je voetbalvrienden.

De mainstream psychologie is het er mee eens dat de eerste acht jaar van een kind in grote mate bepalend zijn voor de rest van haar mensenleven. Ik ontleen veel realiteit aan deze uitspraak hoewel ik er stellig van overtuigd ben dat een bewust mens zich los kan wrikken van deze initiële opvoeding en deze om kan buigen tot een betere, meer voedende opvoeding, dat op maat is gemaakt voor het individu. Dit vereist noeste arbeid, dat wel.

Het leven definieert ons verder
Onze programmering zet zich voort na ons ouderlijk huis. We komen na ons ouderlijk huis terecht in een studentenhuis, een community, we gaan samenwonen met een partner of we zoeken een appartement alleen. Daarnaast worden we ergens lid van een vereniging, wellicht een nieuwe sportclub, een studie- of studenten vereniging etc. Elk nieuwe (mini) maatschappij kent haar eigen regels, normen en waarden, overtuigingen etc., en deze beïnvloeden ons geloofssysteem. De meeste informatieoverdracht op dit gebied is onderbewust en geschied via lichaamstaal (55%) of stemintonatie (39%). Onderzoek wijst uit dat slechts 7% van de totale communicatieoverdracht van de woorden an sich komt. Je bewust worden van je onderbewuste processen is dus een lucratieve daad.

Tijdens dit avontuur van secundaire opvoedingen in je verdere leven plaats je soms vraagtekens bij je oude opvattingen; ‘waarom zagen mijn ouders het niet op deze manier?’ ‘Waarom hebben mijn ouders dit mij nooit geleerd?’ Maar het kan ook heel positief zijn; ‘ik ben blij dat mijn ouders mij zo hebben opgevoed, want hoe mensen hier met elkaar omgaan vind ik maar niks.’ Je komt er in ieder geval achter dat jouw opvoeding niet de enige opvoeding is – er zijn talloze mogelijkheden.

Elke nieuwe maatschappij of groep betreedt je met de (zelf)overtuigingen die je al hebt, en deze blijven vaak hetzelfde of worden versterkt. Deze initiële zelfovertuigingen drukken zich uit via het lichaam (zichtbaar) of energetisch (voelbaar). Dat zorgt ervoor dat, bij de ontmoeting van een nieuwe groep mensen, er al snel een blauwdruk van de rollenverdeling ontstaat. Dat betekent dat jouw positie in de groep al snel is vastgelegd, en dat is vervelend, als je niet tevreden bent met je rol. Het is lastig om daarna nog significant van rol te veranderen. Dat impliceert dat de oorspronkelijke (zelf)overtuiging waarmee je de groep betrad vaak hetzelfde blijft of juist versterkt wordt. Er ontstaat een soort positieve feedback loop – positief wil hier zeggen dat het zichzelf versterkt en heeft niks te maken met de smaak van je zelfovertuigingen. Hier kom ik later nog op terug.

Hoe ouder je wordt en hoe meer levenservaring je opdoet, hoe meer je jezelf kan opbouwen zoals je jezelf wilt hebben, maar je kan daarentegen ook ‘verharden’. Jezelf positief veranderen kost eigenschappen als zelfbewustzijn, kracht, liefde en moed. Je gaat namelijk oude overtuigingen en patronen omwisselen voor overtuigingen die je meer voeden. Bezit je deze eigenschappen niet, dan is de kans groot dat je (meestal negatieve) initiële overtuigingen het zelfde blijven, of zelfs worden versterkt (zie ook het voorbeeld hierboven). De menselijke identiteit – het ego – heeft als eigenschap dat het bevestiging en bewijzen zoekt voor hoe ze denkt dat ze is. Als ik mijzelf als ‘avontuurlijk’ zou classificeren of wil classificeren, dan zoek ik naar acties in mijn leven die van avontuur spreken en deze identiteit dus aansterken. Daarnaast zorg ik ervoor dat ik zo omga met anderen dat zij mij als avontuurlijk zien. En zo koppelt mijn ‘avontuurlijke identiteit’ zich positief terug – het versterkt en het versterk. Het ego zoekt continue bevestiging. En juist om die reden is het enorm lastig om van een negatief zelfbeeld af te komen. Mensen die jarenlang depressief zijn klampen vaak zo vast aan die identiteit dat ze niet meer durven te genezen van hun depressie, omdat ze bang zijn hun oude identiteit los te laten. Men vreest het onbekende.

Wij filteren continu informatie op basis van ons geloofssysteem of onze rol
Wij mensen zijn continu informatie aan het filteren/zeven op basis van onze (limiterende) overtuigingen over onszelf en met betrekking tot onze (sociaalmaatschappelijke) rol. Een mens kan slechts liefde, complimenten, en kritiek ontvangen op basis van zijn of haar wereldbeeld en hoe hij/zij zich daarin positioneert. Dit hangt sterk samen met zelfliefde en eigenwaarde. Zodra iemand zegt: “Ik denk dat jij de beste danser van de wereld kan worden”, en je vind jezelf een redelijk goede danser maar zeker geen danser van wereldklasse, dan zal je zijn woorden interpreteren als: ‘ik vind je een hele goede danser’, samen met de gedachte dat hij geen reëel beeld/overzicht heeft van alle dansers in de danswereld. Zodra je jezelf wel ziet als een danser van wereldklasse, dan zou je zijn woorden sneller voor waarheid nemen. Als ik zeg dat ik onvoorwaardelijk van iemand houd, en die persoon weet niet wat onvoorwaardelijke liefde is, dan snapt die persoon mijn woorden slechts deels. Ik zeg niet dat de ontvanger ontevreden zou zijn met mijn uitspraak, maar er gaat zeker informatie verloren. Subconclusie; je hoort niet wat de ander zegt, maar je hoort wat jij denkt dat waar is. Je ziet niet wat je observeert, maar je ziet wat jij denkt dat waar kan zijn, ofwel wat in jouw paradigma past. Een paradigma is een wereldbeeld, een set aan geloven, ofwel het begripssysteem of bril waarmee jij naar de wereld kijkt. Iedereen interpreteert.

Op basis van de verhouding die je met iemand hebt, of de rolverdeling, filter je ook informatie. Denk hier eens even over na. Stel iemand waar tegen je opkijkt vertelt je wat levenswijsheden – je luistert dan aandachtig naar die persoon. Stel, iemand die je haat en die je als niet slim beschouwt vertelt je dezelfde wijsheden – komt de boodschap dan op dezelfde manier binnen? Komt het anders binnen als je beste vriend zegt dat hij je enorm waardeert, t.o.v. een oude basisschool klasgenoot die hetzelfde zegt? In beide voorbeelden zeggen ze wellicht dezelfde woorden, maar de emotionele lading en impact is significant anders.

Liefde op het eerste gezicht. Ik geloof dat de aantrekkingskracht tussen twee individuen op het eerste gezicht grotendeels bepaald is, echter zijn het onze limiterende overtuigingen die dit fenomeen bevuilen. We besmeuren/filteren onze intuïtieve gaven met hoe we geconditioneerd zijn. Op basis van eigen leven kan ik voor 95% inschatten of iemand een romantische match is voor mij of niet, op basis van het eerste aanblik, en ik kom erachter dat ik niet eens de ogen daarvoor hoef te zien. Er is nou eenmaal chemie met iemand, of deels, of helemaal niet. Het is zelden dat dat groeit over de tijd. Kijk naar het dierenrijk; daar zien beesten elkaar en daaruit resulteert een actie. Dieren denken niet in limieten: ‘zou zij mijn vacht wel mooi vinden?’ ‘Zou mijn vader hem wel goedkeuren?’ ‘Moet ik niet eerst een goede baan hebben voordat ik hem/haar kan imponeren?’ Wij mensen zijn heel goed in het bedenken van limieten en obstructies en verzinnen allerlei redenen waarom iets ‘te mooi is om waar te zijn’. We zoeken letterlijk bewijs waarom iets niet zou gaan lukken. Ik ga daar lijnrecht tegenin met de visie dat juist onze eerste intuïtieve indruk goud waard is – laat redeneren, denken, ratio enzovoorts allemaal los en laat slechts je eerste indruk spreken. Je maakt dan gebruik van een intelligentie vele malen krachtiger dan jouw bewuste nadenken. Als je teveel in je hoofd zit komt dat, meestal, door een blokkade ergens. Ik noem duidelijk het woord ‘meestal’ – ik ken namelijk mensen die zeer vrij zijn en toch een zeer rationele aard hebben.

Hoe kom je af van limiterende (zelf)overtuigingen?
Ik vertel eerst wat de oorzaak is van het lijden van de meeste mensen; men vecht continu om de negatieve zelfovertuiging haar ongelijk te bewijzen. Iemand die zich in de basis onwaardig voelt – laten we even Grietje als voorbeeld noemen – zal haar hele leven blijven vechten om waardig gevonden te worden. Grietje zal daarom willen uitblinken in wat ze tegenkomt en waar ze goed in is. Ze zal dingen leuk vinden als ze er echt beter in is dan anderen. Grietje kan namelijk pas tevreden zijn met zichzelf als ze uitblinkt, anders is ze het niet waard denkt ze (veelal onderbewust). Dat impliceert dat Grietje continu aan het strijden is, continu aan het weglopen is, van haar initiële onwaardige zelfbeeld. Als gevolg kan ze niet van het moment genieten, want ze voelt een obsessieve dwang om te groeien. Ze is niet snel tevreden of trots op haar werk, want het kan altijd beter. Ze houdt pas van zichzelf als ze denkt dat anderen haar waardig vinden. Ze verdrinkt haar geluk in ambitie en perfectionisme. Grietje zit gevangen in de eeuwige drang naar beter. Daarnaast is de kans dat ze veel stress ervaart of een burn-out krijgt zeer groot. Deze interne strijd, wat men overcompensatie kan noemen, voeren vele mensen. Dit noem ik lijden – lijden is het hebben van een onderhuidse obsessieve compulsieve dwang naar alles dat ‘leven in het moment’ vermijdt. Hier bovenop komt nog eens dat ze vele emoties onderdrukt of niet toelaat. Alles qua zwakte, of verdriet, onderdrukt ze of onteigent ze zelfs in sommige gevallen. Deze emotionele opkropping eist zijn tol naar verloop van tijd. Dit vat aan opgekropt leed en opgekropte emoties manifesteert zich in geestelijke en lichamelijke ziekten, minder vrijheid en minder emotionele expressie. Tony Robbins, één van mijn favoriete life-coaches, heeft hetzelfde probleem, maar dan net iets anders. Omdat hij veel emotioneel leed heeft gekend in zijn jongere jaren voelt hij een ‘onverzadigbare honger’ om anderen uit hun lijden te lossen. Rara, als hij even geen bijdrage levert of anderen helpt voelt hij zich niet gelukkig omdat hij niet kan geven. Een kickbokser Rico Verhoeven voelt zich schuldig als hij een training overslaat. Zo’n programmering brengt je ver als topsporter – hij is de beste kickbokser ter wereld (op Badr Hari na dan) – maar na je topsportcarrière moet je daar wel flink van afkicken om vrede te vinden met het moment.

Om van je limiterende zelfovertuigingen af te komen moet je je verlies erkennen – er is geen andere optie. Je moet terug gaan naar de zelfovertuiging, die waarschijnlijk pijnlijk is om onder ogen te komen, en luidkeels uitspreken: “Het klopt dat ik bang ben dat het waar is dat…..[vul je overtuiging in]. Vervolgens zeg je: “Het is waar dat ik [vul je overtuiging in].” Je geeft je verlies dus 100% toe! En dit doet pijn. Dit is de frontale confrontatie met de pijn – de pijn die je waarschijnlijk al tientallen jaren hebt vermeden. Ga er doorheen. Je zal merken dat zodra je deze pijnlijke zinnen uitspreekt, er weerleggingen in je geest opkomen, zoals, ‘ja, maar dit en dat, zus en zo’. Je blijft wegrennen van het probleem, je blijft ontkennen, overcompenseren en camoufleren. Er is nog steeds interne weerstand om de initiële overtuiging volledig te omarmen. Maar, hoe meer je in de kern bent gedoken, hoe meer je vluchtgedrag stilt, en hoe meer ruimte, rust, en openheid er ontstaat. Er gebeurt trouwens niks met je lichaam – je blijft gewoon ademen en je bent gewoon veilig hoor. Na deze expansie, wat soms een paar dagen kan duren, is er ruimte voor oprechte hobby’s, echt plezier, in plaats van dat je dwangmatig handelt. Dit is echte vrijheid. Je kan dan echt van jezelf gaan houden, ook als je niks doet. Je houdt dan van jezelf voor wie je bent, niet voor wat je doet.

Men kan direct in het lichaam voelen welke (zelf)overtuigingen expansiever zijn, dat wil zeggen, die je meer vrijheid en mogelijkheden geven en welke je daarom beter doen voelen. Iets dat expandeert voelt letterlijk openend in het lichaam. Een overtuiging die jou niet helpt voelt knijpend, of samentrekkend – je voelt je gelijk ook minder blij/vreugdig. Kies dus zelfovertuigingen uit die jouw stimuleren, die je openen. Mensen die open staan voor het leven zijn over het algemeen ook gelukkiger. Via de ‘Law of Attraction’ – ook wel ‘Law of Reflection’ genoemd – trek je dan ook automatisch positievere dingen naar je toe, dan wanneer je aan negatieve zelfovertuigingen vasthoudt. Men trekt continu, veelal onbewust, dingen naar zich toe, van mensen, tot projecten, banen, kansen, etc. Van nature heeft een mens het godsbewustzijn, wat op dit gebied inhoudt dat je de meest geweldige dingen naar je toetrekt. Trauma’s, limiterende (zelf)overtuigingen, gebreken etc. verlagen je energieniveau (ook wel vitaliteit, fulfilment, of trillingsenergie genoemd), waardoor je dingen van mindere kwaliteit naar je toetrekt. Verwar je energieniveau niet met je energiepijl, of hoeveel energie je hebt om dingen te doen. Ondanks dat er een correlatie is, is je energieniveau iets stabielers – het is meer de mate waarin jij innerlijke vrede, rust en fulfilment ervaart. Subconclusie: het belangrijk je eigen energieniveau hoog te houden door een zelfbeeld en wereldbeeld erop na te houden dat je een expansief gevoel geeft.

ALLE geloof systemen van je af laten smelten voor spirituele verlichting
Elk geloof, zelfovertuiging, dogma, paradigma, of intellectueel verklaringssysteem heeft een bepaald energieniveau of trillingsfrequentie, en hoe verder jij op je pad komt, hoe meer je deze systemen zal loslaten. In het gebied van de geest bestaan deze systemen slechts als concepten en voorzien de mens van houvast en daarmee veiligheid. Hoe sensitiever een mens is – en dit is tot een zekere hoogte te trainen – hoe meer je je bewust bent van je eigen energieniveau en dat van anderen. Ik voel bijvoorbeeld precies of een persoon, een bepaalde visie in mijn hoofd, een bepaald zelfbeeld, hoger of lager dan mijn huidige energieniveau staat. Ik maak levenskeuzes op basis van dit energieniveau – ik kies altijd voor iets dat mijn energieniveau verhoogt. Denk eens aan de liefde van je leven (mocht je die gevonden hebben), en word je gewaar van je energieniveau. Stijgt deze nu? Voel je je uplifted? Stroomt er een soort excitement door je lichaam? Het zijn subtiele sensaties. En denk nu eens aan iemand die je haat. Hoe voel je je nu? Denk eens aan je droombaan? En ga zo maar door. Hoe beter je eet, hoe meer je sport, hoe meer in alignement je bent, hoe hoger jouw energieniveau. Onvoorwaardelijke liefde, vrede, en spirituele verlichting bestrijken de hoogste energieniveaus ooit gemeten. Haat, verdriet, schuld, depressie, schaamte zijn de lage energieniveaus. Belangrijk om te weten is dus dat je energieniveau kan stijgen of dalen, afhankelijk van je levensstijl en (zelf)overtuigingen.

Zoals ik al aangaf representeren systemen – zoals geloofssystemen, of verklaringssystemen zoals religie en wetenschap – allemaal een bepaald persoonlijk energieniveau voor jou. Dit kan verschillen per persoon, afhankelijk van de verhouding van de persoon tot het systeem. Als ik bijvoorbeeld aan het woord ‘God’ denk, dan springt mijn energieniveau omhoog. Denkt iemand anders aan God dan gaat zijn energieniveau drastisch omlaag. En dat is prima. Wat zeker is is dat hoe vitaler een mens wordt, zowel geestelijk als fysiek, hoe hoger haar energieniveau piekt. Tijdens een stijging kom je langs alle systemen/geloven die vastzitten op een bepaalde frequentie, en die ervaar je dan als een blokkade of angst. Als ik iemand vraag groot te denken, aan je droombaan bijvoorbeeld, dan stijgt je energieniveau, en daarmee komen er vaak angsten op, of limiterende gedachten, die dus vastzaten op een bepaalde energie. Als je die angst of blokkade toelaat door er simpel licht en liefde op te schijnen, dan lost die op, en kan je energieniveau verder stijgen, totdat het een nieuwe blokkade tegenkomt. Ook deze dien je weer met je innerlijk licht en liefde te confronteren om haar te laten verdampen. Dit noem ik ‘het pad van de vreedzame krijger’ – de persoon die zijn innerlijke demonen bevecht op het pad naar meer fulfilment.

Ondanks dat de maatschappij de mens veel brengt zit ze vol met limiterende geloven, en om je volwaardige zelf te worden, dien je die stuk voor stuk op te heffen. Hoe hoger jij stijgt in je energieniveau door je schaduwzijde bloot te stellen, hoe meer je deze limiterende geloven gaat ontmoeten, en hoe meer je deze zal moeten aankijken en dientengevolge overstijgen om te worden wie je daadwerkelijk bent. Als je dit niet doet, dan blijf je vastzitten in je maatschappelijke conditionering. En ondanks dat je jezelf wellicht als deel ziet van deze maatschappij is het toch lastig om je uniekheid, of je volle expressie, je volle potentieel, tot uiting te laten komen als je vast blijft zitten aan de tentakels van de maatschappij. Als jij gaat voor radicale zelfacceptatie – wat in wisselwerking staat met zelfliefde – dien je je ‘maatschappelijk ongeaccepteerde’ trekjes op zijn minst aan te kijken, te aanvaarden, en ze uit te drukken. Met authenticiteit bedoel ik niet dat je deze maatschappelijk ongeaccepteerde trekjes in het gezicht van anderen drukt, maar wel dat je ze tot in de diepte hebt verkend en ze in ieder geval omarmt. En dit vinden we lastig. Voor mij is het ook een proces waarin er wekelijks een deel van Nico purificeert, opschoont. Alsof ik vervel. Elke week laat ik een deel van me achter – een deel dat niet echt van mij was, een coping mechanisme, een masker, en kleine overdrijvingen hier en daar.

Ik zie dat de maatschappij en onze normen en waarden voor een groot deel zijn gebaseerd op angst. Hoe afhankelijker je bent en hoe meer angst je hebt, hoe meer je wilt/moet voldoen aan de normen en waarden van de groep. Mensen met meer durf en kracht zijn over het algemeen authentieker, of durven simpelweg meer hun imperfecties tentoon te stellen. Mijn ervaring met losweken uit de maatschappelijke waarden en normen is dat mensen zich tegen je gaan keren – ze begrijpen je niet (en dat vinden ze eng), ze gaan je zien als een bedreiging of als apart figuur. Op het moment dat jij een klokkenluider bent, waarheid aan het licht stelt, of taboes bespreekbaar maakt wordt dat zeker niet altijd geaccepteerd. Mensen hechten waarde aan veiligheid en zekerheid middels leven in een groep. Het kost veel emotionele kracht om daar van los te breken en je eigen karakter in puurheid en oprechtheid verder te ontwikkelen. Zo vertelt onderzoek ons het functioneren als lone-wolf ook nadelige fysiologische effecten heeft. Vele geniale denkers uit het verleden die een eigen richting kozen om hun gedachtegoed tot in alle oprechte puntjes uit te werken werden helaas ziek of gek.

Voor spirituele verlichting dienen alle concepten in de geest te worden ontkoppeld. Je zal minder limiterende geloven hebben naar mate jij je verder ontwikkelt op je pad en je energieniveau verhoogt. Een paradigma of dogma’s die jouw aanvankelijk op je reis dienden zullen later als limiterend worden ervaren. Volgens de guru’s, en op basis van wat persoonlijke spirituele ervaringen, is iedereen het godsbewustzijn, maar zorgen blokkades van alleraard ervoor dat jij gelimiteerd bent zoals je vandaag de dag bent. Het godsbewustzijn kent geen limieten, geen concepten, niks. Het is een puur ‘zijn’. Dat neemt paradoxaal genoeg mee dat jij ook concepten als religie, spiritualiteit en god moet loslaten. Alle spirituele en religieuze paden wijzen naar het tijdloze godsbewustzijn. Een bekende uitspraak is: “De vinger die naar de maan wijst is niet de maan zelf”. De essentie van deze uitspraak is 1) actie; dat je je niet moet verliezen in de geschriften, maar echt zelf het pad moet bewandelen en 2) dat de geschriften NIET het eindstation zijn, maar een richting. Het eindstation kan je je nog niet voorstellen. Het is alsof je aan iemand die doof is uitlegt hoe muziek wordt ervaren. Deze alinea in één zin; uiteindelijk is elk geloof dat je er op na houdt, hoe mooi en positief ook, een limiterend geloof, als je de hoogste staat van bewustzijn wil ervaren.

Voor godsrealisatie dien je ook wetenschap en kennis los te laten. Men bezit veel epistemologische blokkades die je ervan weerhouden te groeien qua vrijheid. Tegenwoordig doe ik slechts kennis op die mij vrijer maakt – de rest van de kennis bestempel ik als verwarrend en blokkerend. Ik hoor je zeggen: “Maar Nico, wetenschap is toch harde waarheid?!” Mijn antwoord: “Los van of het waar is of niet, het bestaat nog steeds als een concept, een vorm van houvast, in je geest. Een kind kent wetenschap niet, en mocht een kind het wel kennen, dan zou het niet zo veel waarheidsgetrouwheid eraan koppelen als wij ontwikkelde mensen vandaag de dag doen. Voor Godsrealisatie dien je elke vorm van houvast los te laten, ook je identiteit – datgene dat jij denkt dat jij bent. En dat is doodeng.” In het godsbewustzijn besta jij, als wie jij denkt te zijn, niet. Je bent niemand en tegelijkertijd alles. Ik wil niet onvernoemd laten dat ik de toegevoegde waarde van wetenschap in de maatschappij zie.

Het feit dat jouw Godsbewustzijn zich geïdentificeerd heeft met jouw lichaam-geest systeem komt volgens Eckhart Tolle en Bentinho Massaro door één fundamentle ongetoetste aanname. Eckhart zegt: “You think you are not enough’’, and Bentinho zegt: “You are unworthy.’’ Deze geloven maken dat jouw bewustzijn het lichaam is gaan betreden en daarmee het contact met de bron heeft verloren. Tijdens de ervaring van onvoorwaardelijke liefde, of het pure ‘zijn’, vervallen die ongetoetste aannames. Op het moment dat je deze ongetoetste aannames structureel kan losweken is er geen reden meer om aan je aardse identiteit vast te klampen. Het losweken geschiedt door je hart, intuïtie, je desire en excitement te volgen, en je pijnpunten te helen. Dat is het pad.

 

5-4-2020

2020-04-06T11:53:54+01:00